Het meisje struint rond door het areaal van de zwarte hemel;
ze ziet een schim.
Maar ze kan niet zien of het dichtbij of ver weg is.
Met iedere stap die ze zet in toenadering tot de schim,
lijkt deze een andere gedaante aan te nemen, nieuwe beelden te spuwen, te vervormen.
En zoals zij nader tot elkaar komen,
door oneindige ruimten, met of zonder tijd,
is zij als een luchtspiegeling,
en zullen ze elkaar nooit vinden en slechts elkaar als ja en nee opheffen.
In deze multidisciplinaire voorstelling, worden muziek, dans en ‘spoken word’ melodisch met elkaar verweven. Reis per boot door droomvisioenen van “wentelwerelden” die zich vanaf de kade aan je ontvouwen. Het zijn werelden waarin de relatie tussen zin en beeld voortdurend verdraaid wordt. Ze lijken op luchtspiegelingen, maar zijn onmiskenbaar echt.